| |
| EEN WOORD VOORAF.
"DE TWEEMASTER-KAMELEON" : DE JUISTE KOERS IN ONDERWIJS!
De basisschool....................een belangrijk deel van een kinderleven. Die basisschool is een stukje van ieders leven. Voor de kinderen en voor de ouders. Jarenlang is er diezelfde weg van huis naar school en weer terug. Al op jonge leeftijd vertrouwt u uw kind voor een groot deel van de dagen toe aan de zorg van de leerkrachten van de basisschool. Dat wordt een belangrijk deel van een kinderleven.
Een basisschool kies je dan ook met heel veel én hele speciale zorg!
Scholen verschillen steeds meer, in werkwijzen, in sfeer en in resultaten. Ze verschillen in kwaliteit. Kwaliteit die meetbaar is en gemeten wordt! Dat maakt, dat steeds meer ouders de keus voor een basisschool steeds bewuster gaan maken. Bij die keus willen ook wij u graag helpen met deze schoolgids van Archipel-basisschool “De Tweemaster-Kameleon” , de school met oog voor úw kind!
In deze gids vertellen we o.a. hoe de organisatie van ons onderwijs is geregeld in relatief kleine groepen (zie 3.1) van maximaal 25 kinderen, hoe wij de resultaten van leerlingen vaststellen (zie 4.2) en die met de ouders bespreken (zie 4.3). Maar ook op welke wijze we (extra) begeleiding geven (zie 4.4 t/m 4.7) aan kinderen, die dat nodig hebben. Natuurlijk spreekt het voor zich dat deze begeleiding op vele terreinen en zowel naar boven als beneden kan zijn. We vertellen u, hoe het ons lukt de sfeer op school voor alle kinderen veilig en gemoedelijk te houden met behulp van de methode "leefstijl", waarmee kinderen sociaal-emotionele vaardigheden leren (zie 3.3). We beschrijven hoe onze kinderen vandaag leren omgaan met de techniek van morgen in onze extra computerruimte (zie 3.3) en met behulp van ons techniekkasteel (zie 3.3). “De Tweemaster” is afgelopen jaar met recht “ICT-school van het jaar” geworden!
Basisschool “De Tweemaster-Kameleon” is, vooruitlopend op onze toekomstige nieuwbouw van de Brede school aan het Oranjeplein het afgelopen jaar gefuseerd. Inmiddels is er één directie en is de organisatie van beide scholen op elkaar afgestemd.
Basisschool “De Tweemaster-Kameleon” is afgelopen jaar aangemeld als een Daltonschool in oprichting. De ontwikkelingen die de school de afgelopen jaren heeft doorlopen rechtvaardigen het besluit aan te sluiten bij de Daltonvereniging om binnen enkele jaren een officiële Daltonschool te zijn. In een Daltonschool staat zelfstandig planmatig werken, samenwerkend leren en eigen verantwoording centraal (zie 1.2). Basisschool “De Tweemaster-Kameleon” is de enige Daltonschool in Midden-Zeeland.
Deze gids is bedoeld voor ouders die nu kinderen op onze school hebben én voor ouders van toekomstige leerlingen. Misschien dat deze schoolgids uw eerste kennismaking met “De Tweemaster-Kameleon” is, misschien kent u de school uit verhalen van andere ouders, of misschien zit(ten) één of meer van uw kinderen al bij ons op school. In elk geval hopen we dat deze gids u díe informatie geeft die u zoekt.
Onze schoolgids wordt één keer per jaar geactualiseerd. Omdat soms ook in de loop van een schooljaar zaken kunnen veranderen kunt u veel informatie uit deze schoolgids ook terugvinden op onze website.
Ik hoop dat u deze gids met plezier zult lezen. De medezeggenschapsraad van “De Tweemaster-Kameleon” heeft meegewerkt en instemming verleend aan de inhoud van deze schoolgids. Vanzelfsprekend bent u altijd welkom voor een toelichting of voor suggesties.
Ik hoop dat u na het lezen van deze schoolgids en/of een bezoek aan onze school samen met ons constateert:
“De Tweemaster-Kameleon” , inderdaad de juiste koers in eerste-klas-onderwijs!
John Eckhardt ,
directeur Archipel-basisschool “De Tweemaster-Kameleon” .
| Alle in deze schoolgids opgenomen foto’s zijn gemaakt op beide locaties tijdens onze schoolactiviteiten in het afgelopen schooljaar. |
Bij het samenstellen van de schoolgids is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te werk gegaan. Mochten er desondanks toch nog fouten in zijn geslopen, dan bieden wij u daarvoor onze excuses aan. Overigens kunnen ook gegevens kort na het tot stand komen van deze schoolgids wijzigen. Op de website is altijd de meest actuele informatie te vinden.
|
|
|
|
1.1 DE RICHTING VAN ONZE SCHOOL.
"De Tweemaster-Kameleon" is een openbare basisschool, voor kinderen van 4 tot 12 à 13 jaar.
De kenmerken van het openbaar basisonderwijs zijn vastgelegd in de Grondwet, artikel 23.  Onze school is voor iedereen toegankelijk, ongeacht godsdienst, levensovertuiging, ras, cultuur, of welke andere achtergrond dan ook. Dat betekent dat kinderen in contact gebracht kunnen worden met kinderen en leraren met andere godsdiensten en andere culturele achtergronden. Respect voor anderen en andersdenkenden is dan ook een belangrijk uitgangspunt van onze school. Juist het leren van elkaar betekent vaak het leren waarderen van elkaar. Op de openbare basisschool "De Tweemaster-Kameleon" streven we er naar, dat ieder kind zich op zijn niveau optimaal ontwikkelt, niet apart maar samen met anderen!
1.2 DALTONSCHOOL IN OPRICHTING.
“De Tweemaster-Kameleon” heeft de afgelopen jaren een ontwikkelingstraject ingezet om binnen maximaal 5 jaar een officiële Daltonschool te zijn. Het Daltononderwijs bestaat al bijna honderd jaar. Er is veel veranderd, maar de drie pedagogische ankerpunten blijven actueel.
Zelfstandigheid.
Zelfstandige mensen. Het Daltononderwijs wil kinderen vormen tot volwassenen die zelfstandig kunnen denken en handelen. Daarvoor is nodig dat kinderen leren hoe je informatie vergaart, hoe je zaken op waarde kunt schatten en hoe je keuzes maakt. Daarin zal ieder mens verschillen, en daar houdt Daltononderwijs rekening mee.
Zelfstandig werken. Ieder kind heeft recht op optimale kansen om zichzelf te ontwikkelen. Daarom wordt op Daltonscholen op een planmatige manier zelfstandig gewerkt. De leerkracht onderzoekt steeds wat ieder nodig heeft om iets specifieks te kunnen leren. Zijn rol is het begeleiden en coachen van iedere leerling daarin.
Samenwerken.
Respect voor de ander. Om later als volwassene te kunnen deelnemen aan de samenleving moet je leren samenwerken. Ook met mensen die je niet zelf kiest. Daarom wordt op onze school veel aandacht besteed aan het spelen en werken in groepjes. Meestal gaat het om leerlingen uit dezelfde klas die samen een opdracht uitvoeren, maar ook gebeurt het dat leerlingen van verschillende leeftijden samenwerken. Al doende leren ze te luisteren naar elkaar en respect te hebben voor elkaar. Ieder mens is immers verantwoordelijk voor zichzelf en voor zijn omgeving.
Eigen verantwoordelijkheid.
Grenzen stellen. Op onze school leren kinderen door zelfstandig kennis en ervaring op te doen. Eigen verantwoordelijkheid is noodzakelijk om eigen keuzes te kunnen maken, eigen wegen te vinden. Maar die eigen verantwoordelijkheid betekent niet dat alles zomaar kan en mag. “De ideale vrijheid is geen vrijblijvendheid en nog minder is het ongedisciplineerdheid. Het kind dat maar doet waar het zin in heeft, is niet vrij. Integendeel, het wordt een slaaf van slechte gewoontes, egoïstisch en ongeschikt voor een leven met anderen”, zei pedagoge Helen Parkhurst al in 1922. Parkhurst is de grondlegster van het Daltononderwijs. De leerkracht biedt iedere leerling structuur om eigen verantwoordelijkheid binnen grenzen te kunnen leren hanteren.
Verantwoordelijkheid leren. Vrijheid betekent in het Daltononderwijs: kunnen omgaan met verantwoordelijkheid. Uitgangspunt is het vertrouwen in de eigen kracht van ieder kind. Leerkracht en leerling maken samen afspraken over de leerstof. De leerling schat zelf in wat het nodig heeft om een taak te kunnen doen en in hoeveel tijd. Achteraf legt het verantwoording af aan de leerkracht.
Stap voor stap. Het leren omgaan met verantwoordelijkheid gaat stap voor stap. Bij kleuters gaat het om kleine, overzichtelijke keuzetaken die ze zelfstandig uitvoeren. Naarmate kinderen zich verder ontwikkelen, worden taken omvangrijker en complexer. Net als op alle scholen wordt de inhoud van de leerstof grotendeels bepaald door de richtlijnen van de overheid, samenleving, schoolplan e.d.
1.3 NIEUWBOUW.
De laatste jaren is een start gemaakt met de ontwikkeling van nieuwbouwplannen voor “De Tweemaster-Kameleon” . Op termijn zullen beide locaties één gezamenlijke brede school worden, waarin onze leerlingen nog grotere ontwikkelingskansen krijgen, door een intensieve samenwerking met o.a. K.O.W., Muziekschool en bibliotheek. Het fusieproces daarvoor is inmiddels in gang gezet. Nieuwbouw biedt ons de mogelijkheid om ook ons gebouw aan te passen aan ons Daltononderwijs.
1.4 DE NAMEN VAN ONZE SCHOOL.
Meer dan 140 jaar geleden opende de eerste openbare lagere school in Oost-Souburg, die later de naam " Pieter Louwerse" kreeg. Het originele schoolgebouw bestaat al meer dan 20 jaar niet meer. De school verhuisde toen naar een voormalige kleuterschool die werd verbouwd tot basisschool, waarbij een nieuw deel werd aangebouwd om de kinderen van de bovenbouwgroepen te huisvesten.
Op 1 februari 1957 werd de toenmalige openbare J.H. van Daleschool als tweede openbare Souburgse school geopend, na de Pieter Louwerseschool. De school werd gehuisvest in een voor die tijd zeer modern gebouw, dat werd geroemd om haar ruimte en licht.
Pieter Louwerse werd geboren op 23 januari 1840 in Oost-Souburg. Zijn ouders waren welgestelde boeren, maar zij raakten aan lager wal toen Pieter Louwerse nog jong was.
Nadat zijn vader in 1851 gestorven was, kreeg Louwerse zijn oom, die onderwijzer was, als voogd toegewezen. Louwerse besloot zelf ook onderwijzer te worden, en werd daarvoor door zijn oom opgeleid. In 1858 werd hij onderwijzer te Dirksland; daarna gaf hij les op scholen in Goes, Hazerswoude en Den Haag. In Hazerswoude trouwde hij met Lena Maria Brouwer, dochter van een onderwijzer. Het gehoor van Louwerse werd op den duur zo slecht, dat hij in 1888 moest ophouden met les geven.
Louwerse werd bekend als schrijver van historische verhalen, romans en opstellen en gedichten voor de jeugd. Hij was een echte verteller en pedagoog met een sterk vaderlandslievende inslag. Zijn eerste boek verscheen in 1869. Hij was ook medewerker van verschillende jeugdbladen: De Kinder-Courant, De Kleine Huisvriend, De Kinderkamer en Voor 't Jonge Volkje. Van dit laatste blad was hij hoofdredacteur, waarbij hij het blad grotendeels zelf vol schreef.
In 1912 werd Pieter Louwerse aangereden door een tram. Hij overleed korte tijd later aan zijn verwondingen. In 1912 werd te Oost-Souburg een borstbeeld van hem onthuld. De meeste van zijn werken zijn nu vergeten; het bekendst is nog het lied ´Waar de blanke top der duinen´, dat oorspronkelijk als ´Mijn Nederland´ verscheen. |
Johan Hendrik van Dale (Sluis, 15 februari 1828-19 mei 1872) was hoofdonderwijzer, archivaris in Sluis en woordenboekenmaker. Zijn ouders waren afkomstig uit het Oost-Vlaamse Eeklo, maar omdat er net een pokkenepidemie in het Meetjesland was uitgebroken, vluchtte vader van Dale met zijn zwangere vrouw weg, de grens over naar Sluis. Hendrik van Dale is vooral bekend als naamgever van het Groot woordenboek der Nederlandse taal, beter bekend als de Dikke Van Dale.
Van Dale behaalde op zijn zestiende zijn eerste onderwijsbevoegdheid. In 1854 werd hij aangesteld als hoofdonderwijzer aan de openbare school in zijn geboorteplaats. Vanaf 1855 was hij er ook stadsarchivaris. Tussendoor schreef hij leerboeken over taalzuiverheid, spraakkunst en zinsontleding, geschiedkundige artikels en brochures over Sluis en richtte hij de oude rederijkerskamer 'De Oranjebloem' weer op.
In 1867 kreeg hij het verzoek om de eerste druk van het Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal uit 1864 van I.M. Calisch en N.S. Calisch te herzien. Hij accepteerde en klaarde de klus in vier jaar tijd. Omdat hij zelf vaak ontstemd was geweest over de vage, te algemene of onduidelijke informatie die hij in bestaande woordenboeken had aangetroffen, stelde hij hoge eisen aan de exacte omschrijving van de begrippen: de onderwijzer van Dale had onveranderlijk de leerling voor ogen, die een duidelijk, precies en volledig antwoord moest vinden op zijn vraag: ‘Wat betekent dat?’ Hij schrijft zelf, in het voorbericht bij de druk van 1871: '(..) Het schrijven van een Woordenboek is een ondankbaar en verdrietig werk. Is er veel dat men heeft opgenomen of verbeterd, er is nog veel meer dat men is vergeten (..)
De werkzaamheden verkeerden in de laatste fase - de eerste afleveringen waren al verschenen - toen hij in 1872 overleed aan de pokken. Het werk werd voltooid door zijn leerling Jan Manhave, die ook de redactie van de volgende drukken van dit woordenboek op zich nam.
|
Onder invloed van de door het ministerie voorgestane schaalvergroting, moesten in 1995 de toenmalige openbare basisscholen " J.H. van Dale" en " Pieter Louwerse" fuseren. Als naam werd voor de nieuwe school “De Tweemaster” gekozen. Een naam, die de verbondenheid van Vlissingen als havenstad met de scheepvaart tekent. Twee masten die samen de koers van dat ene schip (de school) bepaalden.
Bij de verzelfstandiging van het openbaar onderwijs op Walcheren in 1999, "Archipel ", heeft ons bestuur ervoor gekozen alle afzonderlijke locaties weer als zelfstandige school te laten functioneren. De voorheen " Pieter Louwerseschool" kreeg de naam “De Kameleon” . In de voorbereiding op de gezamenlijke nieuwbouw zijn beide scholen inmiddels weer gefuseerd en hebben één directie.
1.5 HET BESTUUR.
Alle openbare scholen op Walcheren (gemeenten Vlissingen, Middelburg en Veere) worden sinds 1999 bestuurd door de openbare rechtspersoon "OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS WALCHEREN", "DE ARCHIPEL". Dit bestuur heeft veel taken gedelegeerd aan de Raad van Bestuur (centraal management), bestaande uit twee bovenschoolse directeuren. Zij zijn belast met de uitvoering van het gezamenlijk beleid. Het centraal management moet verantwoording afleggen aan de Raad van Toezicht (het bestuur).
DE ARCHIPELSCHOLEN.
ARCHIPEL betekent "eilandengroep". Elk van de eilanden kan een eigen karakter hebben, zoals elke school uniek is en zijn eigen karakter en sfeer draagt. De eilanden / de scholen worden bestuurd door het gezamenlijk bestuur.
Zij draagt mede zorg voor het openbare karakter van de scholen. De ARCHIPEL werkt de afgelopen jaar vanuit het beleidsplan "MEER DAN HET GEWONE", waarin haar missie en vastlag Dit plan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met directeuren, leerkrachten en ouders van de verschillende scholen (Zie ook hoofdstuk 7).
Komend schooljaar zal worden gewerkt aan het nieuwe beleidsplan voor de komende jaren. Binnen de kader van dit beleidsdocument kan elke school zijn eigen visie ontwikkelen.
1.6 DE DIRECTIE.
"De Tweemaster-Kameleon" is samen één van de 17 openbare "ARCHIPELSCHOLEN" op walcheren. Elke school heeft een schooldirecteur, die zorgt voor de dagelijkse gang van zaken binnen de school en verantwoordelijk is voor de uitvoering van het onderwijskundig beleid aan de school. De schooldirecteuren functioneren onder de verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur.
1.7 DE LIGGING VAN ONZE SCHOOL.
Het schoolgebouw van “De Tweemaster” staat nog steeds aan de Jan de Priesterstraat, gelegen in het zuidelijk deel van Oost-Souburg, o.a. de zeestratenwijk. Het betreft hier een karakteristiek eindjaren-vijftig-gebouw, met de charme van het klassieke schoolgebouw. De laatste schooljaren hebben ingrijpende interne verbouwingen en renovaties plaatsgevonden. Hierdoor voldoet het gebouw weer aan alle eisen van de hedendaagse tijd. Ondanks dat is er voor gekozen een aantal klassieke sfeer- en beeldbepalende elementen van de school van toen te behouden. Bij binnenkomst in het gebouw treft u dan ook een warme en sfeervolle entourage.
Het schoolgebouw van “De Kameleon” ligt wat verscholen aan het Oranjeplein, centraal in het dorp. Pas wanneer u de brandgang bent doorgewandeld, krijgt u een verrassend groot schoolgebouw in het vizier. Via het plein bereikt u de hoofdingang aan de zijkant van de school. Aan de achterzijde van het gebouw is peuterspeelzaal “De Bengeltjes”.
Afgelopen jaren zijn de gebouwen, pleinen en de schoolomgevingen grondig onder handen genomen.
De gezamenlijke gymnastiekzaal staat naast “De Tweemaster” . Verder beschikken beide locaties over een aparte computerruimte of computereiland, een kleuterspeelzaal en een ruim schoolplein, dat zowel voor jongere als oudere kinderen is geschikt.
1.8 SCHOOL EN GROEPSGROOTTE.
Het totaal aantal leerlingen bedraagt ongeveer 230, verdeeld over 2 locaties en een eigen leerkrachtenteam. In hoofdstuk 10 ziet u de groepsindeling en de daaraan gekoppelde leerkrachten. Onze gemiddelde groepsgrootte schommelt rond de 20 kinderen. Wij streven jaarlijks naar een acceptabele groepsgrootte van maximaal 25 kinderenin de onderbouw. Evt. zullen kinderen boven dit aantal tijdelijk op een wachtlijst worden geplaatst. Er zijn 20 vaste onderwijsgevenden op school. De groepen worden begeleid door vaste groepsleerkrachten, waarbij er maximaal 2 vaste leerkrachten per groep zijn geplaatst (ziektes en andere onvoorziene omstandigheden daargelaten). Daarnaast beschikken beide locaties over een intern begeleider, die ook remediërende zorgtaken heeft, vakleerkrachten voor gymnastiek, godsdienst en h.v.o., en ondersteunend personeel. Regelmatig kunt u op school stagiaires van de lerarenopleiding, de Pabo, of van andere opleidingen, tegenkomen (zie ook 3.2).
1.9 SAMENWERKING MET "KINDER OPVANG WALCHEREN". Op "De Tweemaster-Kameleon” onderhouden we al vele jaren goede contacten met de Stichting Kinderopvang Walcheren .
Op “De Tweemaster” zijn door K.O.W. twee vaste sociaal pedagogisch medewerksters geplaatst. Zij verzorgen daar het overblijven ( tussen-de-middag-opvang ) (zie ook 6.7). Bovendien zijn zij de vaste medewerksters voor de Buitenschoolse Opvang “De Matrozen” , die kinderen uit heel Oost-Souburg na schooltijd opvangen in ons gebouw (zie ook 6.8). Ook voor werkende ouders een geruststellend en veilig idee, dat uw kind(eren) dagelijks van 8.30 - 18.00 uur door dezelfde medewerkers, in hun vertrouwde omgeving, zonder extra vervoersproblemen professioneel kunnen worden opgevangen! Wanneer daar behoefte aan is, kan worden onderzocht of ook voorschoolse opvang wenselijk is.
In het gebouw van “De Kameleon” is peuterspeelzaal “De Bengeltjes” gevestigd. Op steeds meer vlakken wordt samengewerkt met het team van “De Bengeltjes”, om op die manier de ontwikkelkansen van de peuters en kleuters te vergroten en de overstap naar de basisschool te vergemakkelijken.
1.10 EEN GEZONDE SCHOOL.
Leerkrachten en ouders van “De Tweemaster-Kameleon ” vinden dat kinderen het recht hebben op te groeien in een gezonde en veilige omgeving.
VEILIGE SCHOOL.
"De Tweemaster-Kameleon ” wil ook een veilige school zijn. Veilig in alle opzichten!
Wij willen alle kinderen het gevoel geven, dat ze in een veilige omgeving leren, spelen en werken, waarbij ze onvoorwaardelijk gewaardeerd worden. Dat kan alleen in een sfeer van vertrouwen en wederzijds respect. Op "De Tweemaster-Kameleon” werken we daar elke dag weer aan, samen met alle geledingen van de school. Dat betekent ook dat er op "De Tweemaster-Kameleon” duidelijke afspraken gelden die we samen met de kinderen hebben afgesproken (zie ook 2.3).
Een werkgroep van ouders en leerkrachten onderzoekt jaarlijks volgens het protocol van de Stichting "Consument en veiligheid" de gehele school op onveilige materiële situaties en onderdelen.
Veiligheid in al haar veelzijdigheid is het doel dat we nastreven door het vastleggen van verschillende afspraken in diverse protocollen. (zie ook 7.2)
ROOKVRIJE SCHOOL.
"De Tweemaster-Kameleon" is een openbaar gebouw en daardoor een officiële " rookvrije school ". Jaarlijks controleert van de stichting Stivoro of de school het predikaat mag blijven voeren. Roken is tijdens schooltijden in beide schoolgebouwen en op de pleinen niet toegestaan. Ook tijdens ouderavonden en andere activiteiten buiten schooltijd geldt het rookverbod. Buiten schooltijd verzoeken we iedereen ook op het schoolplein zo veel mogelijk rekening te houden met dit rookverbod.
Het (starten met) roken door leerlingen wordt zo veel mogelijk ontmoedigd: in een aantal lessen en tijdens andere activiteiten worden bovenbouwleerlingen gemotiveerd, om níet te gaan roken. Afgelopen jaren werkten we mee aan een grootschalig onderzoek van T.N.O. naar de effecten van een nieuw lespakket op het (toekomstig) rookgedrag bij kinderen. Hieruit is gebleken dat de kinderen van onze school in de jaren daarna minder zijn gaan roken dan kinderen van andere scholen.
SNOEPEN OP SCHOOL .
Snoep hoort niet op school. We vragen u hiermee rekening te houden en uw kin(eren) zoveel mogelijk gezonde etenswaren mee te geven voor in de korte pauze of lunchpauze. Ook vragen we u evt. traktaties zoveel mogelijk een gezond karakter te geven.
GYMKLEDING.
Uit hygiënisch oogpunt is het belangrijk dat kinderen tijdens de gymlessen gymkleding dragen. Direct voor en na de gymles krijgen de kinderen de gelegenheid zichzelf om te kleden. De kinderen vanaf groep 3 nemen hun gymkleding na de les mee naar huis, de gymkleding van de kleuters mag op school blijven.
HONDEN EN ANDERE DIEREN OP SCHOOL .
“De Tweemaster-Kameleon” wil zoveel mogelijk rekening houden met alle kinderen. Er zitten altijd wel kinderen op school die allergisch zijn voor dieren. Daarom mogen dieren in principe niet in de school komen. Het plein is bovendien verboden voor honden . We verzoeken u uw huisdier bij het ophalen van uw kind(eren) daarom niet mee te nemen op het plein.
Leerkrachten en ouders van “De Tweemaster-Kameleon” vinden dat kinderen het recht hebben op te groeien in een gezonde en veilige omgeving.
|
Waar de school voor staat. |
|
|
2.1 UITGANGSPUNTEN EN DOELEN.
Het Ministerie van Onderwijs omschreef uitgebreid de "kerndoelen" van het onderwijs. In ons schoolplan, dat we voor de komende 4 schooljaren geheel hebben herschreven, gaan we daar op in.
Een inzage-exemplaar van het schoolplan kunt u op school opvragen. In deze schoolgids willen we ons beperken tot de volgende punten uit de wet op het basisonderwijs.
Het basisonderwijs op “De Tweemaster-Kameleon” ......
...... is voor kinderen vanaf de leeftijd van 4 jaar.
...... is zo georganiseerd, dat leerlingen binnen een tijdvak van ongeveer 8 aaneensluitende jaren de school kunnen doorlopen.
...... is zo georganiseerd, dat de leerlingen zoveel mogelijk een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Leerkrachten hebben oog voor uw kind!
...... is afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. Ieder kind is uniek. Kinderen kunnen via verschillende leerwegen en op verschillend tempo de basisschool doorlopen.
...... legt die grondslag, voor een optimale start in het voortgezet onderwijs en uiteindelijk in de maatschappij.
...... gaat er mede vanuit dat de leerlingen opgroeien in een multiculturele samenleving.
...... wordt gegeven met respect voor ieders mening, godsdienst of levensbeschouwing.
2.2 WAT ONZE SCHOOL WIL BEREIKEN MET DE KINDEREN.
"Ieder kind heeft recht op onderwijs". Wij vinden dat ieder kind recht heeft op kwalitatief goed onderwijs . Dit betekent, dat de kinderen in de eerste plaats naar school komen om iets te leren.
De maatschappij vraagt om goed opgeleide mensen, die overigens naast een behoorlijke dosis kennis, ook andere kwaliteiten moeten bezitten: vaardigheden als zelfstandigheid , mondigheid , rekening houden met anderen, samenwerken , creativiteit en inventiviteit. Wij willen dat uw kind later kritisch en opbouwend in de maatschappij kan functioneren.
“De Tweemaster-Kameleon” wil, het liefst samen met de ouders, aan dat ontwikkelingsproces een flinke bijdrage leveren.
Wij proberen dit te bereiken door......
...... kinderen te leren denken en werken vanuit de normen en waarden , welke verankerd liggen in onze maatschappij én in onze schoolsfeer.
...... uw kind vertrouwen te geven en zich veilig te laten voelen, zodat het met veel plezier naar school gaat.
...... uw kind mogelijkheden te bieden en vaardigheden aan te leren om op een gevarieerde wijze met alle mogelijke hulpmiddelen kennis op te doen en tot zich te nemen.
...... met uw kind een persoonlijke band op te bouwen.
...... gebruik te maken van moderne onderwijsleermiddelen , welke allemaal voldoen aan de door het Ministerie van Onderwijs gestelde kerndoelen.
...... een juiste aanbieding van de juiste leerstof.
...... een goede afstemming van het schoolwerk op de ontwikkeling van het kind.
...... kinderen veelvuldig te laten samenwerken, samen naar oplossingen te laten zoeken.
...... aandacht te geven aan individuele begeleiding van leerlingen die extra zorg nodig hebben.
...... gebruik te maken van objectieve toetsen (o.a. Cito-toetsen ) , waardoor we uw kind goed kunnen volgen in zijn of haar ontwikkeling.
...... de leerlingen te leren omgaan met diverse werkvormen, zoals individueel werk, maar ook klassikaal of groepswerk, of projectwerk.
...... het eigen initiatief te stimuleren en het zelfvertrouwen te vergroten om op een verantwoorde manier eigen keuzes te maken.
...... ruimte te geven aan leerlingen, ouders en onderwijsgevenden om hun eigen mening kenbaar te maken, maar ook door ruimte te geven aan de ontmoeting van verschillende levensvisies en waarden.
...... meer te weten te komen over de ontwikkeling van kinderen door middel van nascholing, studie en overleg.
...... afspraken te hebben, die een goed contact met ouders waarborgen.
...... een juiste groepssamenstelling (zie ook 3.1).
...... ook ouders hierin een actieve rol en verantwoording te geven.
2.3 DE SFEER OP ONZE SCHOOL.
Kinderen heben recht op een veilige omgeving, een omgeving waarin zij zich zonder uitzondering geaccepteerd kunnen voelen. De school doet er alles aan om pesten, agressie, geweld en seksuele intimidatie tegen te gaan. “De Tweemaster-Kameleon” wil voor kinderen bovenal ook een veilige school zijn. Dialoog met de ouders is hierbij van wezenlijk belang. De school beschikt over een protocol "voorkoming ongewenst gedrag " (zie ook 7.3). Bovendien zijn twee van de leerkrachten aangewezen als vertrouwensleerkracht. (Zie ook 6.9)
“De Tweemaster-Kameleon” streeft er naar, dat kinderen met veel plezier leren in een sfeervolle school en omgeving! In een veilige en plezierige omgeving presteren kinderen beter!
Om die goede en veilige sfeer te behouden, zullen we elk jaar weer activiteiten opzetten en ondernemen om te werken aan "veiligheid" in de meest brede betekenis van het woord.
We werken in alle groepen met de methode “ Leefstijl”, een werkwijze ter ondersteuning van sociale vaardigheden.
We zorgen voor "voorspelbaar" leerkrachtengedrag door de gehele school, door duidelijkheid te scheppen in regels en routines, in normen en in waarden.
We organiseren waar nodig projecten of besteden extra aandacht aan thema's als "pesten ", "vriendschappen" en "omgaan met elkaar".
We werken mee aan verkeersveiligheidsprojecten van R.O.V.Z.
NORMEN EN WAARDEN.
Normen en waarden spelen een belangrijke rol op “De Tweemaster-Kameleon” . We verwachten dat iedereen omgaat met de ander en het gezamenlijk materiaal op de manier zoals we die zelf ook van anderen verwachten. Hieraan liggen 6 basisafspraken ten grondslag, die we samen met de kinderen van de hele school hebben afgesproken. Deze afspraken krijgen in elke groep hun specifieke invulling op het niveau van de kinderen van de betreffende groep.
ACTIEF BURGERSCHAP .
“De bereidheid en het vermogen deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren”, zo luidt de omschrijving van actief burgerschap. Het vak burgerschap is officieel een kerndoel geworden. Onderdelen die daar onder vallen zijn normen en waarden, burgerschaps-vorming, voorkomen van segregatie. De school heeft daarin een maatschappelijke opdracht. De school moet dan kunnen beschikken over een draaiboek levensbeschouwelijk onderwijs.
Vertrekpunt is het leven van elke individuele leerling die zoekt naar een leidraad om zijn leven goed te leiden. Reflectie op levensdoelen en levenservaringen van individuele leerlingen staat centraal. Leerlingen leren om hun persoonlijke levensbeschouwing bewust in te vullen, te verdiepen en desgewenst te vernieuwen. Kenmerkend is dat pluriformiteit en diversiteit wordt erkend: je mag zijn wie je bent.
Op school geven we daar invulling aan door alle leerlingen kennis aan te reiken van en kennis te laten maken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten. We gebruiken daar de leerlijn levensbeschouwelijk onderwijs voor die binnen de Archipelorganisatie ontwikkeld en uitgezet wordt.
|
De organisatie van ons onderwijs. |
|
|
3.1 ONZE SCHOOLORGANISATIE.
Op onze school proberen we het onderwijs zo in te richten dat kinderen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen, in relatief zo klein mogelijke groepen.
GROEP 1 EN 2.
Kinderen van 4-6 jaar. Hier leren de kinderen in eerste instantie voornamelijk door spel. Er is veel aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling, de ontwikkeling van de motoriek, de taalontwikkeling, expressie en muzikale ontwikkeling. Kortom het onderwijs in deze groep is vooral gericht op ontwikkeling in brede zin, waarbij nadrukkelijk rekening wordt gehouden met individuele verschillen. Bij de oudere kinderen zal het onderwijs steeds meer gericht worden op het verwerven van specifieke vaardigheden.
GROEP 3 EN 4.
Kinderen van 6-8 jaar. Veel activiteiten zijn specifiek gericht op de lees-, taal- en rekenontwikkeling. Deze vakgebieden vinden we uitermate belangrijk! Kinderen zullen dagelijks rekenen, lezen en schrijven. Ook spelling komt bijna dagelijks terug. Wereldverkenning en expressievakken (tekenen, muziek en handvaardigheid) komen aan de orde. Buitenspel wordt vervangen door gymnastiek en dagelijkse pauzes van een kwartier. Waar in groep 3 nog vaak het accent ligt op het aanleren, gaat in groep 4 veelal om het automatiseren van vaardigheden: ……steeds meer, ……steeds sneller, ……steeds beter!
GROEP 5 EN 6 EN 7.
Aardrijkskunde, topografie, geschiedenis en biologie/natuurkunde komen nadrukkelijker aan de orde. Er wordt een begin gemaakt met het houden van boekbesprekingen, spreekbeurten en het maken van (digitale) werkstukken. Computerprogramma’s worden steeds meer toegepast. Engels is een nieuw vak in groep 7. De kinderen wordt geleerd steeds planmatiger te werken. Het gebruik van een weekplanning of agenda wordt steeds belangrijker.
GROEP 8.
Voor de schoolverlaters van groep 8 zal de voorbereiding op het voortgezet onderwijs een steeds belangrijker rol gaan spelen. De kinderen krijgen een schoolagenda, waarin alle huiswerkopdrachten en toetsen worden genoteerd.
Leerkrachten van “De Tweemaster-Kameleon” hebben oog voor de individuele ontwikkeling van elk kind. Dat betekent, dat kinderen in bijvoorbeeld groep 2 al bezig kunnen zijn met lezen, terwijl dit ook in groep 3 gebeurt. Er is dus een vloeiende overgang tussen elke groep.
Er wordt groepsgerichte en waar nodig “verlengde” instructie gegeven, waarna kinderen op hun niveau de instructie verwerken met opdrachten. Regelmatig wordt de aangeboden stof bij de kinderen getoetst. Afhankelijk van de resultaten van de toetsen, krijgen kinderen herhalings- of verdiepingsopdrachten, waaraan ze individueel of in kleine groepjes werken.
Het leesonderwijs wordt in alle groepen in niveau-groepen gegeven. We hanteren daarvoor een "tutorsysteem", waarbij oudere kinderen jongere kinderen begeleiden bij oefenactiviteiten. De leerkrachten blijven verantwoordelijk voor de instructie.
Door onze organisatie zijn we nog beter in staat de ontwikkeling van het kind te volgen en de kinderen "onderwijs op maat" te geven.
3.2 DE SAMENSTELLING VAN ONS SCHOOLTEAM.
Op “De Tweemaster-Kameleon” werken verschillende mensen met elk hun eigen functie en taken. Samen staan zij borg voor kwalitatief goed onderwijs aan uw kind(eren) en weten in een samenspel met alle kinderen díe sfeer te scheppen in hun groep en onze school, waarin uw kind(eren) en ook zij zelf, zich veilig en vertrouwd voelen! Wie komt u zoal tegen op “De Tweemaster-Kameleon” en wat is hun taak?
DIRECTEUR.
De directeur is verantwoordelijk voor het onderwijskundig-, personeels-, financieel- en huisvestingsbeleid van de school. Hij onderhoudt de algemene contacten met de ouders, bestuur en externe instanties en is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in en rond de school. Daarnaast zal hij een aantal lesgevende taken hebben in één of meerdere groepen.
LOCATIEDIRECTEUR
De locatieleider is verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in en rond de tweede locatie en bepaalt mede het onderwijskundig beleid op school. Hij onderhoudt de algemene contacten met de ouders van deze locatie. Daarnaast heeft hij lesgevende taken in één of meerdere groepen.
INTERN BEGELEIDER
De intern begeleider coördineert de hulp aan kinderen die problemen hebben in hun ontwikkeling. Deze IB-er voert eerste onderzoeken uit bij kinderen, heeft contacten met externe instanties en ouders en begeleidt de groepsleerkrachten bij de extra hulp aan kinderen in de klas.
REMEDIAL TEACHER.
Deze leerkracht werkt (veelal buiten de klas) met de kinderen die belemmeringen ondervinden in hun ontwikkeling. Deze taak combineren we gedeeltelijk met die van intern begeleider.
GROEPSLEERKRACHT.
De groepsleerkrachten geven dagelijks les aan de kinderen. Zij zijn verantwoordelijk voor het onderwijs en de sfeer in de groepen. Zij zijn de belangrijkste spil in het gehele onderwijs aan uw kind(eren). Zij onderhouden de contacten met ouders over de kinderen in hun groep. De leerkrachten laten zich waar mogelijk ondersteunen door onderwijs- en klassenassistenten, conciërge / onderhoudsmedewerker, of studenten, zodat zij de volle aandacht kunnen geven aan hun eigenlijke taak: kinderen lesgeven en begeleiden!
VERTROUWENSLEERKRACHTEN.
Indien kinderen meer dan gewone hinder hebben van gedrag van andere kinderen, onderwijsgevenden, of volwassenen, dan kunnen zij dit melden bij een vertrouwensleerkracht . Zij zorgt dan voor de juiste hulp of verwijzing (zie ook 6.9). Zij kunnen kinderen en ouders van advies dienen indien er klachten zijn over seksuele intimidatie, kindermishandeling of verwaarlozing en pesten.
VAKLEERKRACHT.
De school heeft een vakleerkracht voor gymnastiek en motorische remedial teaching (hulp voor kinderen die niet goed bewegen). Daarnaast zijn er gespecialiseerde leerkrachten voor de godsdienstlessen en humanistisch vormingsonderwijs.
KINDERFYSIOTHERAPEUT.
Op de Tweemaster werken we nauw samen met kinderfysiotherapeuten van de praktijk “Paauwenburg”. Zij helpen kinderen (op zo jong mogelijke leeftijd) onder schooltijd op school met specifieke motorische problemen, na verwijzing van de leerkracht.
SCHOOLMAATSCHAPPELIJK WERKSTER.
De leerkrachten en zorgcoördinator kunnen in voorkomende gevallen een beroep doen op de schoolmaatschappelijk werkster . Zij kan de leerkracht of de kinderen terzijde staan bij problemen op sociaal-emotioneel gebied. Contacten met de schoolmaatschappelijk werkster lopen altijd via de zorgcoördinator.
COÖRDINATOR VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE. (V.V.E.)
Deze leerkracht coördineert specifieke onderwijszaken voor onze jongste leerlingen. Zij overlegt regelmatig met haar collega's van de peuterspeelzalen over afstemming van werkwijzen en inhoud.
TAALCOÖRDINATOR.
De taalcoördinator is een van de leerkrachten die als speciale taak heeft, het coördineren van alle zaken rondom het taalonderwijs. Taalonderwijs vinden we van erg groot belang. Goed taalonderwijs is de basis van alle verdere ontwikkelingen.
ONDERWIJS- EN KLASSENASSISTENTEN.
Elk jaar weer zetten we onderwijs- en klassenassistenten in via het R.O.C. Zij ondersteunen de leerkrachten met praktisch werk: het klaar zetten van materiaal, het schoonmaken van materialen en ze werken met kleine groepjes kinderen. Daarnaast verlenen ze assistentie in alle schoolse zaken en zijn ze deels verantwoordelijk voor administratief werk.
CONCIËRGE / ONDERHOUDSMEDEWERKER.
De (deeltijd-)conciërge is verantwoordelijk voor het eerste onderhoud aan het gebouw, plein, tuinen en het meubilair. Verder assisteert hij de leerkrachten en leerlingen bij de expressie- en computerlessen en andere activiteiten.
STAGIAIRES.
Gedurende het gehele jaar bestaat de mogelijkheid dat stagiaires van de Pedagogische Academie ( Pabo) in verschillende groepen meedraaien. Zij volgende de opleiding tot leerkracht basisonderwijs. Ook van het Regionaal Opleidingscentrum (R.O.C.) lopen regelmatig studenten stage. Zij hebben geen lesgevende taken, maar ondersteunen en ontlasten de leerkrachten op de achtergrond in hun dagelijkse werk als administratief medewerk(st)er, i.c.t.-medewerk(st)er, of sociaal-pedagogisch medewerker. Daarnaast bezoeken soms stagiaires van nog andere opleidingen onze school.
LERAAR IN OPLEIDING. (L.I.O.)
Een vierdejaarsstudent van de Pabo , die als afsluiting van de opleiding een langere stage van 18 weken op school loopt, en daarbij meedraait als volwaardig leerkracht. Een stage leraar-in-opleiding kan zowel aan het begin, als aan het eind van het schooljaar plaatsvinden.
MEDEWERKSTER TUSSEN-DE-MIDDAG-OPVANG. (T.M.O.)
Gespecialiseerd sociaal pedagogisch medewerkster van de Stichting Kindercentra Walcheren, die dagelijks het overblijven organiseert voor de kinderen van “De Tweemaster” . Op “De Kameleon” wordt het nu nog door ouders georganiseerd, maar zal dit in de loop van komend schooljaar eveneens door de K.O.W. worden overgenomen.
MEDEWERKSTER BUITENSCHOOLSE-OPVANG. (B.S.O.)
Gespecialiseerd sociaal pedagogisch medewerkster van de Stichting Kindercentra Walcheren, die dagelijks de buitenschoolse opvang organiseert voor de kinderen uit geheel Oost-Souburg. Deze kinderen staan daarvoor onder contract bij de Stichting K.O.W.
HULPOUDERS.
Regelmatig zijn hulpouders actief in ons onderwijs. Zij zijn behulpzaam bij tal van activiteiten en vormen een geweldige ondersteuning van ons onderwijs en organisatie. Groepsouders spelen hierbij een belangrijke rol.
3.3 ACTIVITEITEN VOOR ONZE KINDEREN.
ACTIVITEITEN IN DE ONDERBOUW.
Jonge kinderen leren al doende, tijdens spel en allerlei andere dagelijkse zaken. Door het werken met verschillende thema’s en projecten zoals de seizoenen, feesten, kleding, dieren e.d. wordt direct aangesloten bij de belevingswereld van het kind. Uitnodigende ontwikkelingsmaterialen en -situaties, waar kinderen al spelend van kunnen leren, zorgen voor de "rest"!
Met name de sociaal-emotionele ontwikkeling krijgt veel aandacht bij het jonge kind. Daarnaast zijn er specifieke taal- en rekenactiviteiten. Leerkrachten praten veel met de kinderen over diverse onderwerpen en laten de kinderen veel vertellen, o.a. tijdens de kringgesprekken. Hierdoor wordt de woordenschat uitgebreid en leren de kinderen goed spreken. Dit is weer belangrijk voor hun latere lees- en taalonderwijs.
Een groot gedeelte van de dag besteedt het jonge kind aan buiten- en / of binnenspel. Dagelijks zijn er verschillende expressieactiviteiten.
De laatste jaren is er vanuit het ministerie van onderwijs extra geïnvesteerd in het onderwijs aan het jonge kind. Op onze school heeft dit geleid tot gemiddeld kleine groepen en in extra zorg voor het jonge kind. Voor onze groepen hanteren we in de onderbouw een maximale grootte van 25 leerlingen. Nieuw aangemelde leerlingen zullen zo nodig tijdelijk op een wachtlijst worden geplaatst om zo de zorg voor de ons toevertrouwde leerlingen te kunnen garanderen. Daarnaast zijn alle leerkrachten geschoold in het vroegtijdig onderkennen van mogelijke ontwikkelingsproblemen, of –stoornissen.
DE BASISVAARDIGHEDEN : LEZEN, TAAL, SCHRIJVEN EN REKENEN.
Op “De Tweemaster-Kameleon” beginnen kinderen te lezen , wanneer ze daar aan toe zijn. Sommige jonge kinderen leren "vanzelf" dat letters betekenis hebben, andere leerlingen hebben wat meer instructie nodig. In groep 3 leren kinderen systematisch lezen en schrijven.
Taal is meer dan alleen foutloos schrijven. Spreken, je eigen mening onder woorden kunnen brengen, en kritisch luisteren naar wat een ander zegt, krijgen eveneens veel aandacht tijdens onze lees- en taallessen. Voor lezen wordt de methode “Veilig leren lezen" gebruikt en voor het taal- en spellingonderwijs “Schatkist” en "Taal actief". Voor begrijpend- / studerend lezen wordt de methode "Goed gelezen" gebruikt. De leesontwikkeling van kinderen komt sneller op een hoger niveau als er veel wordt geoefend. Daarom hanteren we op “De Tweemaster-Kameleon” onder andere een "tutorsysteem", waarbij elk kind wordt begeleid door een kind uit een hogere groep. Een goed en regelmatig handschrift is ondanks alle computers in de school nog steeds een belangrijke vaardigheid. Vanaf de tweede helft van groep 3 leren we kinderen het methodisch handschrift volgens de methode "Handschrift".
Bij het rekenen volgens de nieuwste versie van de methode "Wereld in getallen" is er naast het leren van de hoofdbewerkingen optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, veel aandacht voor het (gezamenlijk) oplossen van praktische rekenkundige problemen. De oplossingsstrategie (hoe kwam ik tot dit goede antwoord) is daarbij een belangrijk onderdeel. Kinderen leren al jong met tabellen en grafieken te werken.
WERELDORIËNTATIE.
Vanaf groep 3 gebruiken we voor de wereldoriënterende vakken aardrijkskunde, geschiedenis, staatsinrichting, natuur, gezond gedrag (inclusief jeugd- EHBO in groep 8), natuurkunde, techniek en verkeer een aantal duidelijk samenhangende methodes.
Samen met de onderwijsgevende praten de kinderen over de verschillende onderwerpen en maken ze opdrachten. Vanaf groep 5 leren de kinderen ook de topografie , waarbij onderdelen in de verschillende schooljaren regelmatig worden herhaald. Daarnaast wordt ter ondersteuning van de lessen regelmatig gebruik gemaakt van de schooltelevisieprogramma’s, actualiteitenprogramma's en van verschillende computerprogramma’s. De kinderen van de bovenbouw maken per jaar een aantal projectwerkstukken over onderwerpen die een relatie hebben met wereldoriëntatie. Hierbij moeten zij informatie verzamelen in de mediatheek van de school, de bibliotheek, op internet, of door interviews en reportages. Deze (digitale) werkstukken hebben tegenwoordig een heel andere vorm dan de papieren versies van enkele jaren geleden.
De methoden die gebruikt worden zijn de nieuwste uitgaven van "Een Wereld van Verschil" (aardrijkskunde ), "Natuurlijk" (natuur ), "Bij de Tijd" (geschiedenis ), Verkeerskranten (verkeer ) en “Leefstijl” (gezond gedrag).
Voor de jongere kinderen gebruiken we de zogenaamde voorlopers van deze methodes: "Schatkist" en eveneens “Leefstijl”. Daarnaast worden vaak de lessen van school-t.v. ingepast.
ENGELS.
Vanaf groep 7 leren de kinderen Engels . We doen dit met de geheel nieuwe methode "Hello world". Spreekvaardigheid staat hierbij voorop. Dit betekent dat er veel gesproken wordt over alledaagse thema’s zoals kennismaken, woonomgeving, kleding, vakantie e.d., om in het dagelijks leven en bijv. op vakantie een behoorlijk gesprek te kunnen voeren. Tevens streven we ernaar dat de kinderen de taal zo goed mogelijk kunnen verstaan en lezen .
LEEFSTIJL.
In alle groepen werken we wekelijks met de methode "Leefstijl". We leren kinderen al vanaf groep 1 "omgaan" met gedrag van anderen. Leefstijl heeft een positieve insteek. Er wordt uitgegaan van het goede van elk kind en elk mens. Kinderen leren elkaar waarderen en leren steeds meer sociale vaardigheden om op een positieve en opbouwende manier met elkaar om te gaan.
Door structureel en wekelijks met thema's als gevoelens, sfeer in de klas, emoties, vriendjes, samenwerking e.d. bezig te zijn, gaan kinderen steeds meer "gereedschappen" als automatisme hanteren. Normen en waarden en het juist communiceren spelen zowel binnen de Leefstijllessen, als in ons dagelijkse onderwijs, een grote rol. De wisselwerking tussen school en ouders vinden we vooral binnen "Leefstijl" erg belangrijk. Daarom organiseren we met enige regelmaat een aantal bijeenkomsten, waarbij we ouders op de hoogte brengen van de werkwijze en inhouden van "Leefstijl".
EXPRESSIE.
Wekelijks zijn er per groep diverse activiteiten op het gebied van expressie : tekenen , handvaardigheid , muziek , drama en dans . Op “De Tweemaster-Kameleon” maken we daarbij gebruik van de methodes "Tekenvaardig", "Handvaardig" en "Textielvaardig".
Het Centrum voor Kunstzinnige Vorming heeft voor de Vlissingse basisscholen het programma "Taal van de Kunst" ontwikkeld, dat elk jaar weer bestaat uit lesideeën, materialen en een afsluitende voorstelling voor de expressielessen. De eigen inbreng van de kinderen speelt hierbij een belangrijke rol. “De Tweemaster-Kameleon” maakt dan ook ieder jaar weer dankbaar gebruik van dit aanbod, waardoor de kinderen in acht jaar basisonderwijs met verschillende disciplines van de kunst in aanraking komen.
LICHAMELIJKE OPVOEDING.
De kinderen van de onderbouw hebben twee keer per dag bewegingsonderwijs . Als het weer het toelaat, dan wordt veelal buiten gespeeld. Bij minder goed weer maken zij gebruik van de speelzaal in onze school.
De kinderen van groep 3 en 4 gymmen één keer per week, omdat zij ook een keer per week zwemles krijgen. De zwemlessen leiden ook op voor het zwem-ABC, maar zijn vooral "natte gymlessen". Toch is ook het streven, elk kind met minimaal een A-diploma van de basisschool te laten gaan. De kinderen van groep 5 tot en met 8 gymmen twee keer per week.
Alle gymnastieklessen worden in de gymzaal in de Priesterstraat gegeven. Soms wordt bij goed weer buiten gesport. Afwisselend ligt de nadruk bij de gymlessen op sport/spel of op toestellen. De gymlessen worden gegeven volgens de nieuw ontwikkelde “Z@pplessen”, waarbij de kinderen tijdens elke les verschillende werkvormen en toestellen krijgen aangeboden. Aan de school is een vakleerkracht voor gymnastiek verbonden, die een deel van de gymlessen verzorgt. Ook geeft hij extra gym aan die kinderen die moeite of problemen hebben met bewegen. We noemen dit Motorische Remedial Teaching (MRT) .
De kinderen moeten tijdens de gymlessen aparte gymkleding dragen, welke na de les mee naar huis gaat. Balletschoentjes zijn voor de gymlessen niet geschikt. De gymschoentjes van de kleuters mogen op school blijven. Als kinderen niet mee mogen gymmen, moeten zij een briefje van de ouders meenemen
DE COMPUTER IN ONZE SCHOOL.
Inmiddels heeft elke groep de beschikking over 2 of 3 moderne computers in of bij de klas.
Deze hebben dan ook een belangrijke plaats naast de leerkracht gekregen. Van 4 tot 12 jaar werken kinderen met de computer. Bij de jongste kinderen is dit soms eerst onder begeleiding van ouders, oudere kinderen en leerkracht, maar al snel werken zij zelfstandig. Er is een diversiteit aan software, die op verschillende manieren wordt ingezet. Speelleermateriaal voor kleuters, extra instructie, extra oefening bij problemen, of ter ondersteuning van de leerkracht.
De computers in de klas zijn aangesloten op het netwerk van de school. Via dit netwerk kunnen kinderen o.a. gebruik maken van opzoeksystemen, catalogi, internet en e-mail, maar ook van de standaardsoftware, waar we als school keuzes in hebben gemaakt. Al enkele jaren leren we de kinderen alle computervaardigheden in ons reguliere lesprogramma. De manier waarop we de computers inzetten bij de reguliere lessen en de door ons samengestelde leerlijn computervaardigheden, waarbij de kinderen zelf de experts zijn en hun kennis en vaardigheden overdragen aan jongere kinderen, is de reden geweest dat “De Tweemaster” in 2007 ICT-school van het jaar werd!
Voor het gebruik van internet, maken we op school bewust geen gebruik van internetfilters. We leren kinderen op een verantwoorde manier omgaan met de techniek van het internet en de mogelijke gevaren die hier bij onverantwoord gebruik aan zitten.
Dankzij samenwerking met het bedrijf dat onze computers heeft geïnstalleerd, beschikt “De Tweemaster” over de “Digitale Speelplaats”, een kenniscentrum op het gebied van onderwijs en computers voor zuidwest Nederland. Kinderen van beide locaties maken hier gebruik van.
TECHNIEK.
Techniek is op “De Tweemaster-Kameleon” de laatste jaren een steeds voornamere plaats ingaan nemen in het lesprogramma. Uit onderzoek blijkt dat steeds minder kinderen op latere leeftijd kiezen voor een technische studierichting. Door al op jonge leeftijd veel met techniek te werken, zullen kinderen op latere leeftijd meer interesse hebben voor techniek. Mede om die reden hebben we op “De Tweemaster-Kameleon” de beschikking over techniekkastelen. Hierin zitten voor alle groepen kant- en klare technieklessen, waarbij kinderen een grote variatie techniek krijgen voorgeschoteld: lichtjes, batterijen, geluid, mengen, bouwen, enz. Het techniekkasteel hebben we mede dankzij een aantal sponsors kunnen aanschaffen. Kinderen zullen tijdens hun natuur- / technieklessen regelmatig met dit techniekkasteel werken.
MEDIATHEEK.
“De Tweemaster-Kameleon” beschikt over een uitgebreide verzameling leesboeken en studieboeken, naslagwerken, cd-rom’s e.d. Deze boeken en naslagwerken vormen samen de "mediatheek ". Alle boeken uit de mediatheek worden geautomatiseerd bijgehouden en uitgeleend. Vanuit elke klas hebben kinderen inzage in de digitale catalogus en kunnen zij reserveringen van boeken aanmelden. Ouders hebben hierbij een adviserende en ondersteunende rol.
GODSDIENST EN HUMANISTISCH VORMINGSONDERWIJS.
Vanaf groep 2 kiezen de kinderen op “De Tweemaster-Kameleon” voor godsdienstles of humanistisch vormingsonderwijs (hvo). Deze lessen worden verzorgd door "vakleerkrachten", die niet in dienst zijn van het bestuur, maar van de verschillende Stichtingen ( HVO / IKOS). Aan het eind van het schooljaar kunnen de kinderen van de toekomstige groep 2 worden aangemeld. Kinderen die tussentijds op school worden ingeschreven kunnen direct instromen.
Alle kinderen van groep 8 van “De Tweemaster-Kameleon” volgen het vak “levensbeschouwing ”, waarbij zij kennis maken met de verschillende wereldgodsdiensten. Hiervoor worden meerdere excursies ingepland.
PLUSLESSEN.
Elk kind op “De Tweemaster-Kameleon” proberen we die zorg te geven waarop zij recht hebben. Dit geldt zowel voor kinderen die wat meer moeite hebben met leren, als voor kinderen, die het allemaal erg gemakkelijk afgaat.
De afgelopen jaren hebben we verschillende (hoog)begaafdere kinderen in de klassen gehad. De zorg voor elk kind is weer anders, ook voor hoogbegaafde kinderen is geen uniforme werkwijze te geven. Uitgangspunt voor deze kinderen is ze zoveel mogelijk in hun eigen groep met veel extra’s op te vangen. Vaak doen ze een deel van de reguliere stof gewoon mee met de andere kinderen. Daarnaast wordt er elke keer weer bekeken welke extra stof (pluslessen) deze kinderen wordt aangeboden. Vooral de logisch-denkontwikkeling proberen we te stimuleren.
In het verleden hebben we bovendien verschillende taalcursussen aangeboden. Ook voor de komende jaren zullen we weer proberen extra activiteiten te organiseren.
|
De zorg voor onze leerlingen. |
|
|
“De Tweemaster-Kameleon” wil in eerste instantie een veilige school voor kinderen zijn.
Veiligheid is iets waar we elke dag weer aan werken: voor, tijdens en na schooltijd. We doen het overal: in de klas, op het plein, op straat. En we doen het samen: met de kinderen, de ouders en met alle leerkrachten!
“De Tweemaster-Kameleon” is een, voor stedelijke gebieden, kleinschalige school. Soms lijken we één grote familie. Iedereen kent iedereen én iedereen is begaan met elkaar. Dit geeft een vorm van intimiteit, van geborgenheid voor iedereen die in de school werkt, leert, speelt, of gewoon aanwezig is. De lijnen zijn kort en kinderen en ouders weten bij wie ze terechtkunnen. Dit willen we graag zo houden
4.1 AANMELDING EN OPVANG VAN NIEUWE KINDEREN IN ONZE SCHOOL.
Als kinderen vier jaar zijn mogen zij naar school. Veelal is er al ruim voordien contact opgenomen met de school. (Wij adviseren u, i.v.m. onze maximale groepsgrootte, uw kind minimaal ruim een jaar voordien in te schrijven.) Tijdens dit eerste contact geven we uitvoerige informatie over “De Tweemaster-Kameleon” en is er gelegenheid om in de toekomstige school en klas te kijken. Wanneer de inschrijving definitief plaatsvindt, wordt een inschrijvingsformulier ingevuld en stuurt de school hiervan een inschrijfbericht naar de leerplichtambtenaar.
Wilt u voordat u uw kind inschrijft eerst van andere ouders weten wat zij van “De Tweemaster-Kameleon” vinden, dan kunt u daarvoor contact opnemen met ouders uit onze ouderraad en medezeggenschapsraad, of groepsouders. Zij vertellen het u graag.
Voordat kinderen vier jaar worden en daadwerkelijk onze school gaan bezoeken, wordt in overleg met de ouders een aantal kennismakingsmorgens afgesproken in de groep waarin het kind wordt geplaatst. Voorafgaand aan de vierde verjaardag en verspreid over een periode van vijf weken plannen we deze bezoekjes in overleg in. Wanneer uw kind op 4-jarige leeftijd bij ons op school komt, dient het in principe volledig zindelijk te zijn.
Als het om een tussentijdse verandering van school gaat door een verhuizing, dan wordt uw kind zo snel mogelijk in de betreffende groep geplaatst en opgenomen. In overleg met de ouders wordt de eerste lesdag bepaald. Wanneer er sprake is van onvrede op de vorige school worden kinderen zo mogelijk pas na een vakantie geplaatst. Deze kinderen komen op school met een onderwijskundig rapport (geschreven door de leerkracht van de afleverende school). Hierin staat informatie over de vorderingen van het kind op die school. Meestal nemen wij ook nog even contact op met de "oude" school, zeker in die gevallen waarin sprake is van een andere schoolkeuze. Tevens kunnen we na overleg met de ouders besluiten aanvullende onderzoeken af te laten nemen, om een zo helder mogelijk beeld te krijgen van uw kind.
Bij uitschrijving van uw kind krijgt u een bewijs van uitschrijving mee, dat u bij de nieuwe school moet inleveren. Bovendien stelt de groepsleerkracht een onderwijskundig rapport op, dat bij de leerkrachten van de andere school moet worden ingeleverd. Zo kan men ook daar snel weer verder met de juiste leerstof.
4.2 DE ONTWIKKELING VAN DE KINDEREN IN ONZE SCHOOL.
De belangrijkste taak voor de leerkrachten is het zo goed mogelijk afstemmen van het onderwijs op de behoeften van uw kind. Daarvoor is het nodig dat de leerkrachten weten hoe individuele kinderen zich ontwikkelen . De groepsleerkrachten observeren dagelijks de kinderen en noteren in de klassenmap wat hen opvalt aan gedrag en de vorderingen en prestaties met betrekking tot de leerstof.
Om een objectief beeld van de vorderingen te krijgen worden de prestaties vergeleken met de gemiddelde prestaties van leeftijdgenoten. Dit doen we met behulp van de toetsmaterialen uit de methodes die we op school gebruiken voor lezen, taal, rekenen en wereldoriëntatie, maar ook met het "Cito-leerlingvolgsysteem ". Daarvoor worden de kinderen twee keer per jaar getoetst op diverse onderdelen. Ons geautomatiseerd administratiesysteem vergelijkt de toetsresultaten met landelijke normen. Hierdoor krijgen we op school een goed en vroegtijdig beeld van de vorderingen en eventuele problemen bij uw kind.
Een score op een Cito-toets is hoe dan ook een momentopname. De groepsleerkracht zal altijd gebruik maken van meerdere registraties en observaties, om het beeld van uw kind compleet te maken. Tijdens rapportbesprekingen komen toetsresultaten zeker ter sprake.
De groepsleerkracht staat niet alleen in het volgen van de vorderingen van de kinderen. Steeds, voordat aan de ouders verslag wordt gedaan, worden in de voortgangsbesprekingen de prestaties van alle kinderen besproken. Wanneer leerlingen bij deze bespreking "opvallen", wordt voor hen een extra, uitgebreide bespreking gepland: de leerlingbespreking . Opvallen heeft overigens niet altijd een negatieve betekenis: wanneer een kind zich bijvoorbeeld onderscheidt door een extra snelle ontwikkeling, is aanpassing van het onderwijs ook nodig!
LEERLING-DOSSIER.
Zoals hiervoor beschreven registreert de school een aantal gegevens over uw kind. Deze gegevens worden door de leerkracht in de registratiemap bewaard. Daarnaast hebben we van ieder kind een dossier. Hierin bewaren we bijvoorbeeld de aanmeldingsgegevens, correspondentie van ouders, zoals verlofaanvragen, maar ook de eventuele handelingsplannen, overzichten van onderzoek en hulp die geboden wordt door deskundigen van buiten de school, zoals de logopediste, schoolbegeleidingsdienst, GGD en anderen. Op deze gegevens is de "Wet Bescherming Persoonsgegevens " van toepassing. Het zijn vertrouwelijke gegevens en worden ook zo behandeld. Wanneer ouders gescheiden zijn hebben beiden recht op informatie over hun kind, tenzij dit nadrukkelijk door bijvoorbeeld een rechterlijke uitspraak is verboden. Het blijft echter de taak van beide ouders de schriftelijke informatie van school onderling uit te wisselen (zie ook 6.12).
Onze school verstrekt geen leerling-informatie aan derden, tenzij dit noodzakelijk is op basis van wettelijke regelingen, dan wel wenselijk is i.v.m. de schoolloopbaan en / of het belang van het kind. Ouders worden hierover vooraf geïnformeerd, dan wel toestemming gevraagd. Bij verhuizing is onze school verplicht een onderwijskundig rapport op te stellen voor de ontvangende school. De school verzorgt de verdere administratieve afwikkeling met de ontvangende school.
4.3 RAPPORTEN EN OUDERCONTACTEN.
Op school houden we dus observatielijsten bij en registreren we de vorderingen van uw kind. Drie keer per jaar (november, maart en juni) krijgen de kinderen een rapport . In het rapport geven we aan hoe een kind scoort op verschillende onderdelen en hoe de ontwikkeling is verlopen sinds het vorige rapport. Naar aanleiding van het eerste en tweede rapport worden alle ouders uitgenodigd het rapport van hun kind met de groepsleerkracht te bespreken. Na het derde rapport vindt alleen een bespreking plaats op verzoek van de leerkracht of de ouder. De kinderen krijgen elk jaar een nieuw rapportboekje (zie ook 6.1).
INZAGE IN HET WERK VAN KINDEREN.
Natuurlijk is het altijd mogelijk het werk van uw kind in te zien. Wanneer kinderen een schrift hebben “volgemaakt”, mogen ze dit thuis bewaren. Kinderen in de onderbouw krijgen regelmatig werkjes mee naar huis.
Tussentijds kunnen alle ouders gesprekken aanvragen met de groepsleerkracht. Tijdens deze gesprekken, die natuurlijk ook kunnen uitgaan van de leerkracht, kan een ouder geïnformeerd worden over de ontwikkeling of het functioneren van hun kind. Wanneer u een gesprek wilt met een van de leerkrachten adviseren wij u vooraf een afspraak te maken. De leerkracht kan dan voldoende tijd plannen en de juiste gegevens voordien verzamelen.
HUISBEZOEK.
Als 4-jarigen nieuw bij ons op school zijn gekomen, komt de groepsleerkracht na ca. 6 tot 8 weken op huisbezoek . Tijdens dit bezoek komt in ieder geval aan de orde hoe de leerling in de eerste weken bij ons op school functioneerde. Van dit bezoek wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt in het dossier bewaard. De ouders krijgen een kopie, indien zij deze wensen.
INFORMATIEAVOND VOOR DE GROEP.
Aan het begin van elk schooljaar organiseren we in elke groep een informatieavond voor de ouders van de kinderen uit die groep. Op die avond geeft de leerkracht informatie over het reilen en zeilen in de betreffende groep. Op deze avonden gaat het niet over de kinderen, maar over de organisatie binnen de groep. Wat zijn de specifieke zaken van deze groep, worden er nieuwe onderdelen opgestart, hoe worden bepaalde zaken georganiseerd en waarom hebben we daar als team voor gekozen. Ouders worden in de gelegenheid gesteld in te gaan op de informatie die wordt gegeven.
4.4 ZORG VOOR KINDEREN MET SPECIALE BEHOEFTEN.
Door onze manier van werken vallen kinderen met specifieke problemen al snel op. Als er een probleem in de ontwikkeling van een kind gesignaleerd wordt, bespreekt de leerkracht dit tijdens de leerling-bespreking of indien snel hulp is geboden apart met de zorgcoördinator. Altijd in overleg met de ouders wordt gekeken wat de beste oplossing is. Voor de leerkrachten van “De Tweemaster-Kameleon” spreekt het voor zich, dat dit zowel kinderen kunnen zijn die minder of juist meer aankunnen, dan de gemiddelde kinderen. En natuurlijk op elk gebied: kennis, tempo, sociaal, emotioneel, maatschappelijk, enz.
DE VOORZIENINGEN.
een leerkracht het kind niet alleen in zijn eigen groep verder kan helpen, of als cito-scores daartoe aanleiding geven, brengt de leerkracht een leerling in de leerling-bespreking in. In de leerling-bespreking wordt de aanpak afgesproken die voor een leerling nodig is. Deze aanpak wordt zoveel mogelijk beschreven in een handelingsplan. De groepsleerkracht en / of de zorgcoördinator doet verslag aan de betreffende ouders over de resultaten van de besprekingen en licht de plannen en afspraken toe.
Deze plannen bevatten omschrijvingen van:
- Probleem- en doelstelling.
- Wie wanneer welke acties gaat ondernemen.
- Hoe deze acties worden georganiseerd: buiten de groep, individueel of in een kleine groep.
- De evt. hulpvragen aan specialisten van buiten de school.
In ieder geval beschouwen de leerkrachten van “De Tweemaster-Kameleon” het als een opdracht en uitdaging om op een verantwoorde manier zoveel mogelijk kinderen op te vangen binnen het gewone basisonderwijs. Daarvoor is de medewerking van de ouders echter onontbeerlijk. Ook van de ouders verwachten we in deze situaties een motiverende en ondersteunende stimulans naar de kinderen.
In enkele gevallen heeft extra hulp na een paar maanden niet het gewenste effect. Dan wordt, steeds in overleg met de ouders, gezocht naar andere mogelijkheden voor begeleiding. In ons zorgplan staat onze zorgprocedure verder beschreven. Dit plan is opgesteld door alle basisscholen op Walcheren. Deze scholen vormen een samenwerkingsverband in het kader van het project “Weer Samen Naar School” . Dit project is erop gericht leerlingen zo lang mogelijk binnen het reguliere basisonderwijs te houden.
In Vlissingen heeft het zorgplan geresulteerd tot het instellen van een zorgplatform per wijk. In het zorgplatform Oost-Souburg zijn alle basisscholen vertegenwoordigd door hun zorgcoördinator. Verder worden ook het R.P.C.Z. en het speciaal onderwijs hierin vertegenwoordigd. In het zorgplatform worden de "zorgleerlingen" besproken en wordt gekeken op welke wijze de betreffende school hulp kan bieden. Wordt er geconstateerd, dat de op de school georganiseerde hulp voor dat kind niet voldoende is, dan kan de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) ingeschakeld worden, om te beoordelen of een leerling wel of niet toelaatbaar is tot een speciale school voor basisonderwijs, of in een later stadium een speciale school voor voortgezet onderwijs. Deze commissie bestaat uit een aantal onafhankelijke personen. Uiteraard gaat alles in nauw overleg met de ouders van de betrokken leerling en zijn de ouders degenen die uiteindelijk beslissen over aanmelding.
4.5 LEERLINGGEBONDEN FINANCIERING (“RUGZAKJE”).
Het beleid van onze school is gericht op onderwijs aan kinderen met verschillende onderwijsbehoeftes. We houden zoveel mogelijk rekening met verschillen tussen kinderen. Elk kind is uniek en heeft dus ook unieke onderwijsvragen. Ons onderwijs is zo veel mogelijk afgestemd op onderwijsbehoeften van de leerling. We noemen dit adaptief onderwijs .
Dat houdt in dat we ons onderwijs ook afstemmen op de onderwijsbehoeften van een kind met een handicap.
De ouders die bij ons op school een kind met een handicap aanmelden, zullen we vanuit die positieve intentie benaderen. Dat wil zeggen dat we zo nauwkeurig mogelijk zullen nagaan wat de mogelijkheden van onze school zijn voor het verzorgen van onderwijs aan hun kind.
We gaan bij het onderzoeken van de mogelijkheden uit van de volgende uitgangspunten:
- Een kind heeft recht om onderwijs in de thuisnabije situatie, samen met andere kinderen uit de omgeving.
- Een kind met een handicap heeft recht op integratie in het reguliere onderwijs.
- Ouders hebben keuzevrijheid bij het kiezen van een school voor hun kind.
- De afweging, of de school wel of niet onderwijskundig in staat is om het kind op te vangen, vindt plaats aan de hand van zo objectief mogelijk criteria, waarbij het in eerste instantie niet gaat om wat niet kan, maar om de mogelijkheden die er wel zijn.
- Alle afwegingen zullen we in een open communicatie met de ouders van het kind bespreken.
- Voor elk individueel kind met een handicap, dat wordt aanmeld bij onze school bepalen we afzonderlijk wat voor mogelijkheden we hebben om het onderwijs aan dit kind op onze school te verzorgen.
- De zwaarte van de handicap in combinatie met de mogelijkheden van onze school spelen een rol bij de afweging.
- We zullen gebruik maken van externe ondersteuning, als we advies willen bij de afweging.
- We maken gebruik van een draaiboek, waar de stappen in het afwegingsproces zijn beschreven. De ouders zijn op de hoogte van dit draaiboek.
BESLUITVORMINGSPROCES.
Bij het afwegen of we het kind met een handicap kunnen opvangen op onze school maken we gebruik van een draaiboek. We gaan daarbij uit van een positieve beschikking van de “Indicatiecommissie”, waardoor de indicatiestelling helder is.
Algemeen :
De ouders worden door de school nadrukkelijk betrokken in het totale proces: zij zijn goed op de hoogte van de inhoud van alle stappen en zij worden tussentijds mondeling op de hoogte gehouden van de vorderingen.
De school heeft binnen 8 weken een besluit genomen, gerekend vanaf de aanmelding tot en met de mededeling aan de ouders over het besluit.
Bij de besluitvorming over plaatsing spelen ook de grenzen van integratie een rol:
- Weigering van de ouders om de grondslag van de school te respecteren.
- De orde en veiligheid wordt te veel verstoord (kan een rol spelen bij gedragsproblematiek).
- De verzorging en behandeling legt een te grote organisatorische druk op het onderwijs.
- Het leerproces van andere kinderen wordt verstoord.
- Er is gebrek aan opnamecapaciteit. In elke groep wordt een maximum gesteld aan het aantal kinderen met rugzakje.
(de eerste en laatste overwegingen gelden niet specifiek voor kinderen met een handicap)
4.6 LANGDURIG ZIEKE KINDEREN.
Sinds 1 augustus 1999 zijn basisscholen zelf verantwoordelijk voor het onderwijs aan langdurig zieke kinderen.
Een uitzondering hierop zijn kinderen die in een academisch ziekenhuis worden behandeld.
Het gaat om die kinderen die gedurende langere tijd in een ziekenhuis zijn opgenomen of langdurig ziek thuis zijn. Voor kortdurende ziekmeldingen kunnen de bestaande schoolafspraken worden gehandhaafd.
Het is van groot belang, dat de school tijdens het ziek zijn contacten organiseert met het zieke kind.
Het is natuurlijk belangrijk ervoor te zorgen dat het leerproces zo goed mogelijk doorloopt. Nog belangrijker is het gevoel van het zieke kind “erbij te blijven horen”. Dat kan op allerlei manieren plaatsvinden. Het zieke kind kan worden bezocht door de groepslera(a)r(en) en medeleerlingen en/of op bepaalde tijden volgens afspraak de school bezoeken. Als dit om medische redenen niet mogelijk is, kan er gebruik gemaakt worden van b.v.
video-opnamen in de klas en/of thuis, telefonisch contact met klasgenootjes en evt. contact met behulp van e-mail en webcam.
Het spreekt vanzelf, dat brieven, kaartjes en tekeningen een belangrijke rol spelen in het onderhouden van het contact tussen school en het zieke kind.
Per situatie wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn. Veel hangt af van de medische behandeling en de draagkracht van kind, ouders en school. De school kan deze activiteiten natuurlijk alleen in goed overleg met de ouders van het zieke kind uitvoeren. We realiseren ons, dat de ouders van een langdurig ziek kind een moeilijke periode doormaken en dat er op verschillende gebieden veel van hen wordt gevraagd.
Volgens de wet: ondersteuning aan zieke leerlingen, kan de school een beroep doen op de schoolbegeleidingsdiens
In Zeeland is dat het R.P.C.Z. Medewerkers van het R.P.C.Z. kunnen scholen helpen bij het zo goed mogelijk begeleiden van het onderwijsproces tijdens de periode van ziekte.
De procedure, die wij binnen onze school volgen om in zo’n geval beslissingen te kunnen nemen is als volgt:
• Als duidelijk is, dat een leerling van onze school langer dan 2 weken in een ziekenhuis wordt opgenomen of ziek thuis is, neemt de groepsleerkracht en/of de zorgcoördinator van de school contact op met de ouders om de situatie door te spreken.
•De groepsleerkracht(en) en de zorgcoördinator nemen in overleg met de directie en de ouders van het zieke kind het besluit wel of geen externe hulp van de schoolbegeleidingsdienst in te schakelen.
•De school ontwikkelt in overleg met de ouders een planmatige aanpak (wel of niet met externe begeleiding).
•De school blijft verantwoordelijk, voor de te ontwikkelen en uit te voeren aanpak. Tijdens het uitvoeren van de aanpak vindt regelmatig overleg met de ouders plaats.
4.7 VERZOEK VRIJSTELLING LESSEN.
die extra hulp nodig hebben krijgen die extra hulp op school van de groepsleerkracht of de remedial teacher. De ouders zijn op de hoogte van deze hulp en worden regelmatig bijgepraat over de ontwikkeling. Er zijn ook kinderen die extra hulp krijgen van bijvoorbeeld orthopedagogen, of psychologen buiten de eigen school. Het heeft onze sterke voorkeur deze hulp na schooltijd te plannen. Indien er geen andere mogelijkheid is, dan deze hulp onder schooltijd te laten plaatsvinden, dan moet dat in goed overleg met de directie gebeuren. De directie kan aangeven op welke momenten dat bij hoge uitzondering mogelijk is. Tevens wordt dan de afspraak gemaakt welke vervangende activiteiten de gemiste lestijd vervangen.
4.8 VERTROUWENPERSOON.
De school beschikt over een aantal vertrouwensleerkrachten (zie 3.2). Archipel heeft daarnaast voor alle Archipelscholen een onafhankelijk vertrouwenspersoon aangesteld. Zij kan ouders van advies dienen indien er klachten zijn over seksuele intimidatie, kindermishandeling, verwaarlozing en pesten. (zie hst. 12)
4.9. VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE (V.V.E)
Uit onderzoek blijkt steeds weer en steeds vaker dat het erg belangrijk is dat mogelijke taalproblemen bij kinderen al op zo vroeg mogelijke leeftijd worden gesignaleerd en onderkend. Het is belangrijk dat kinderen al op jonge leeftijd zoveel mogelijk met taal worden geconfronteerd. De taalontwikkeling van kinderen is van groot belang voor de verdere ontwikkeling van het kind op latere leeftijd en bij andere vakgebieden. Op “De Tweemaster-Kameleon” werken we daarom samen met de peuterspeelzalen in Oost-Souburg. Leerkrachten en spelleiders van deze groepen wisselen gegevens met elkaar uit en bezoeken elkaar jaarlijks. Onze werkwijze in groep 1 sluit goed aan bij de werkwijze zoals die in de peuterspeelzalen wordt gebruikt.
Om de kinderen in de groepen 1 en 2 zich zo talig mogelijk te laten ontwikkelen is er extra geld geïnvesteerd in materialen die deze taligheid stimuleren. Dagelijks zijn de kinderen met taal en rekentaal bezig.
4.10 TAALCOÖRDINATOR.
Niet alleen de taalvaardigheid van jonge kinderen is belangrijk, ook op latere leeftijd blijft een goede taalvaardigheid van groot belang! Daarom heeft “De Tweemaster-Kameleon” sinds enkele jaren een taalcoördinator aangesteld. Deze leerkracht coördineert alles, dat te maken heeft met een goede taalontwikkeling van kinderen bij ons op school.
4.11 OPVANG NA SCHOOLTIJD EN IN DE VAKANTIES.
Voor kinderen van 4 tot en met 12 jaar is goede kinderopvang belangrijk. Op “De Tweemaster” biedt Kinderopvang Walcheren o.a. buitenschoolse opvang. Hier kan uw kind zich na een drukke schooldag heerlijk ontspannen. Enthousiaste en goed opgeleide pedagogisch medewerkers staan klaar om uw kind te begeleiden. Bij aankomst in de Buitenschoolse Opvang wordt er eerst gezamenlijk gegeten en gedronken. Daarna is het tijd om te spelen. Er is van alles te doen. Samen bouwen, knutselen, verkleden, met Barbies spelen, computeren of buiten voetballen en verstoppertje spelen. Alvast huiswerk maken of lekker een boek lezen kan natuurlijk ook. En een vriendje of vriendinnetje mag best eens komen spelen.
In de vakanties is de opvang de gehele dag geopend. Dan worden er allerlei activiteiten georganiseerd in themaweken: kookweek, theaterweek, circusweek, enz. Ook uitstapjes maken naar het bos of het strand behoort tot de mogelijkheden.
Kinderopvang Walcheren biedt buitenschoolse opvang in- of exclusief de vakanties, flexibele opvang, of alleen in de vakanties. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het centraal kantoor (0118-614532), of buitenschoolse opvang “De Matrozen” (0118-490320)
4.12 BEGELEIDING NAAR HET VOORTGEZET ONDERWIJS.
In de loop van ieder schooljaar worden ouders van leerlingen uit groep 8 tijdens een speciale informatieavond geïnformeerd over de gang van zaken rondom de schoolkeuze van voortgezet onderwijs.
In hoofdlijnen is de procedure als volgt:
* Aan het einde van groep 7 wordt bij alle kinderen de Cito-entreetoets afgenomen. De uitslag geeft de mogelijkheid in groep 8 nog extra aandacht te besteden aan specifieke onderdelen.
* In de periode oktober - januari (groep 8) kan de leerling deelnemen aan het schoolkeuzeonderzoek door het AOB ( Adviesbureau voor Opleiding en Beroep). Dit onderzoek is vrijwillig. Hieraan zijn voor de ouders kosten verbonden.
*
In januari wordt een informatieavond georganiseerd voor de ouders van groep 8, waaraan de brugklascoördinatoren van de verschillende scholen voor voortgezet onderwijs hun medewerking verlenen.
*
Eind januari/begin februari vindt de landelijke Cito-eindtoets plaats. Dit onderzoek is voor de ouders gratis. De school draagt de kosten, alle kinderen doen er aan mee.
*
In de periode februari - april organiseren de meeste scholen voor voortgezet onderwijs zogenaamde open dagen en avonden. Alle kinderen van groep 8 gaan dan gezamenlijk op bezoek bij de scholengemeenschappen " Scheldemond" in Vlissingen.
*In maart, nadat de toetsuitslagen van het Cito zijn binnengekomen, volgt er een gesprek met de ouders. Op dat moment wordt de definitieve advisering en schoolkeuze in goed overleg bepaald en vastgelegd in een onderwijskundig rapport . Dit rapport wordt mede door de ouders ondertekend. De school stuurt de rapporten, samen met de inschrijfformulieren op naar de betreffende school voor voortgezet onderwijs.
*
Zomogelijk in april / mei krijgt de leerling bericht van de school voor voortgezet onderwijs over de inschrijving en het daaropvolgende kennismakingsbezoek.
Hoogbegaafde kinderen en kinderen met veel meer dan gemiddelde capaciteiten krijgen in het voorjaar de mogelijkheid mee te doen aan de landelijke Toptoets . Hieraan zijn kosten verbonden.
De kinderen van groep 8 worden gedurende het gehele jaar voorbereid en gestuurd in het werken met een agenda. Zij leren hun huiswerk plannen en noteren de resultaten van de verschillende toetsen in hun agenda. De agenda wordt een extra communicatiemiddel tussen de school en de ouders. De agenda wordt door de school verstrekt.
Ook na de overgang naar het voortgezet onderwijs blijven wij de kinderen volgen. We doen dit o.a. door contacten met de brugklascoördinator. Ook ontvangen wij het eerste jaar de scoreresultaten van de leerlingen in de brugklas. Zo kunnen we nagaan of de adviezen die de groepsleerkrachten in groep 8 hebben gegeven de juiste waren.
In oktober nodigen we de oud-leerlingen uit voor een terugkommiddag op onze school. Tijdens een hapje en drankje praten we samen met hen na over de eerste periode in het voortgezet onderwijs.
4.13 JAARLIJKS TERUGKERENDE ACTIVITEITEN.
Jaarlijks organiseren wij op “De Tweemaster-Kameleon” speciale activiteiten voor de kinderen. Veel van deze activiteiten worden georganiseerd door werkgroepen, waarin zowel leerkrachten als ouders participeren.
FEESTEN EN VIERINGEN.
Natuurlijk mogen het Sinterklaasfeest en het kerstbuffet niet ontbreken. Maar ook het lenteontbijt, een project (met tentoonstelling), excursies, schoolreizen, schoolkamp groep 8, afscheidsfeest groep 8, een sportdag, het "feest van de school", het eindfeest en allerlei andere activiteiten worden elk jaar weer opnieuw gepland. Veelal is ouderhulp bij dit soort zaken hard nodig. Mocht uw kind, om bijvoorbeeld geloofsredenen, niet deelnemen aan een van bovengenoemde activiteiten, dan dient u contact op te nemen met de directie. In overleg wordt dan gekeken of vervangende activiteiten tot de mogelijkheden behoren.
SPORTTOERNOOIEN EN VOORSTELLINGEN.
Daarnaast doet “De Tweemaster-Kameleon” nog mee aan activiteiten georganiseerd door andere instanties of verenigingen, zoals
- de kinderboekenweek, kinderjury,
- diverse sporttoernooien (voetbal, korfbal, atletiek, zwemvierdaagse),
- toneel- of andere voorstellingen ("Taal van de Kunst"),
- filmvoorstellingen (" Film by the sea"),
- het verkeersexamen in groep 7,
- een EHBO-cursus en –examen in groep 8,
De opgave voor dit soort activiteiten verloopt via de school. De deelname aan deze activiteiten vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de ouders.
EIGEN VOORSTELLINGEN.
Regelmatig organiseren kinderen van bepaalde groepen, óf een aantal kinderen van alle groepen, voorstellingen voor de andere kinderen van “De Tweemaster-Kameleon” . De voorstellingen worden tijdens de schooluren geoefend in de klassen en worden opgevoerd op het podium in de hal. Ook de aankleding van de decors en kleding wordt zo veel mogelijk in de groepen georganiseerd. Soms wordt hiervoor ook een beroep gedaan op de medewerking van ouders. Voor dit theater worden de ouders van de deelnemende kinderen uitgenodigd.

DE SCHOOLFOTOGRAAF.
Elk jaar nodigen we een schoolfotograaf uit om foto's te komen maken. Er worden zowel groepsfoto's als portretfoto's gemaakt. De gemaakte foto's krijgen ouders enkele dagen op zicht, waarna u kunt besluiten de foto's te behouden of te retourneren. De keuze voor een fotograaf wordt in overleg met de ouderraad genomen.
4.14 VEILIGHEID EN SCHOOLROUTE.
Veiligheid in en rond de school is vaak ook een zaak van ons allen. Veel kinderen wonen in de omgeving van de school. Wij vinden dan ook dat kinderen zoveel mogelijk lopend naar school kunnen komen. Kinderen die verder van de school vandaan wonen, mogen natuurlijk op de fiets komen. Voor hen zijn er voldoende plaatsen in de fietsenstalling. Het stallen van fietsen is voor eigen verantwoording. De school is niet aansprakelijk voor verlies, diefstal, of beschadiging aan fietsen.
Onze fietscirkels adviseren u of uw kind op de fiets naar school mag komen. Woont u binnen de fietscirkel dan verwachten dat uw kind lopend naar school komt, tenzij het de fiets nodig heeft voor bijv. de gymles, of een excursie.
Ouders die hun kind(eren) met de auto naar school brengen verzoeken we de auto zoveel mogelijk op de daarvoor bestemde plaatsen in de directe omgeving van de school te parkeren, zodat de verkeerssituatie voor de school ook voor de andere kinderen zo overzichtelijk mogelijk blijft.
4.15 BRANDVEILIGHEID EN BEDRIJFSHULPVERLENING.
In het kader van de Arbo -wet wordt er met zekere regelmaat een risico-inventarisatie gemaakt in en rond de school. Het verslag daarvan wordt besproken in de Medezeggenschapsraad en met een vertegenwoor | | |